Geschiedenis van de Capoeira
De vroegste geschiedenis van Capoeira is gehuld in mythen en legenden. De precieze herkomst is moeilijk te bewijzen, maar het staat vast dat Capoeira haar oorsprong kent in de Afrikaanse slaven die vanaf de zestiende tot en met de negentiende eeuw vanaf het Afrikaanse continent werden overgebracht naar Brazilië.
Miljoenen Afrikaanse slaven werden gedwongen deze overtocht te maken. Slechts een klein deel van hen overleefde de reis. Aangekomen in Brazilië werden de slaven als handelswaar verkocht en te werk gesteld op onder andere suikerriet- en cacaoplantages van de Portugese koloniale overheersers (De oorspronkelijke Braziliaanse bevolking, de Indianen, bleken niet geschikt te zijn voor het zware werk op de plantages en werden bovendien uitgeroeid door Europese ziekten zoals de griep).
Op de plantages woonden de Afrikaanse slaven samen in barakken die Senzalas werden genoemd. In deze Senzalas begon een samensmelting van culturen: uit hun stamverband gerukte Afrikaanse rituelen en bewegingen mengden zich, onder andere in een poging de Afrikaanse identiteit te behouden. Bovendien zochten de slaven een manier om zich te kunnen verdedigen tegen hun overheersers en zich voor te bereiden op een eventuele ontsnapping. Om geen argwaan te wekken bij hun meesters werden de verdedigingstechnieken die de slaven zich aanleerden gecamoufleerd door muziek, dans en acrobatie. Op deze manier ontstond de kunst van de Capoeira.
Door de jaren heen heeft Capoeira verschillende ontwikkelingen doorgemaakt. Na de afschaffing van de slavernij in 1888 werd Capoeira in eerste instantie vooral een vechtkunst die werd aangewend om te kunnen overleven in de grote steden van Brazilië. Dit was de periode van de zogenoemde malta’s, de Capoeira-bendes. Als reactie op deze bendes werd Capoeira in 1890 bij wet verboden. Beoefenaars van de sport werden vervolgd en gestraft. Capoeira werd een steeds minder voorkomend fenomeen in Brazilië. Uiteindelijk werd het spel alleen nog maar beoefend in de staat Bahia, het Afro-Braziliaanse hart van Brazilië.
Decennia lang bleef Capoeira door de overheid verboden. Pas in 1936 werd de nationale waarde van deze Braziliaanse kunst erkend door de toenmalige president Vargas. Het beoefenen van Capoeira werd door de wet weer toegelaten.
Capoeira werd in de Braziliaanse samenleving echter nog lange tijd aanschouwd als de sport van de armen. Door de inzet van vele Capoeira-spelers is hier gelukkig verandering in gekomen. De belangrijkste meesters die de Capoeira uit hun marginaliteit hebben gehaald zijn Mestre Bimba (1899-1974) en Mestre Pastinha (1889-1981).

Mestre Pastinha is de belangrijkste meester binnen de Capoeira-stijl die ‘Angola’ heet. Deze stijl heeft de meeste binding met traditionele rituelen en gewoontes binnen de Capoeira. Capoeira Angola is een spel wat laag bij de grond wordt gespeeld, met uitermate gecontroleerde en verraderlijke bewegingen. Door het vrij trage ritme van de muziek en het spel lijkt Capoeira Angola relatief makkelijk. Maar schijn bedriegt; het trage ritme vereist juist extra veel lichamelijke kracht en inspanning.
Mestre Bimba stichtte in 1932 de eerste officieel erkende Capoeira-school. Mede dankzij zijn voorstellingen aan president Vargas werd de officiële erkenning van Capoeira enkele jaren later verkregen. Mestre Bimba creëerde de Capoeira-stijl die ‘Regional’ wordt genoemd. Capoeira Regional wordt gekenmerkt door een sneller ritme en spel, met veel sprongen en acrobatische bewegingen. Deze stijl lijkt meer op een gevecht.
Nieuwe regels en het invoeren van een uniform waren de eerste stappen op weg naar de huidige moderne Capoeira. Vanaf de jaren zestig verspreidde het spel zich weer door heel Brazilië en verkreeg het beetje bij beetje een respectabele positie in de samenleving. Vanaf de jaren zeventig begon Capoeira wereldwijd meer bekendheid te krijgen door de opening van verschillende Capoeira-scholen in de Verenigde Staten en Europa.
